Monthly Archives: juli 2007

Airport hug

Airport hug

Zoooo… ik ben een beetje zenuwachtig! Over een paar uurtjes landt namelijk mijn lieverd. Bij de receptie van mijn hotel hadden ze het goed door, toen ik vervoer van het vliegveld voor hem aan het regelen was.

“You need airport hug,” constateerden ze namelijk.
“Yes!” riep ik uit. Ik mag mee met de driver die hem gaat ophalen. Helaas betekent dit wel ongeveer 2 1/2 uur wachten op het vliegveld, hahaha. Ach, wat maakt het allemaal uit. Ik heb nu toch vakantie.

De afgelopen week was fantastisch, wel ontzettend hectisch. Ik heb zoveel mensen en organisaties gesproken, werkzaam binnen seksuele en reproductieve gezondheid en rechten, HIV/AIDS, educatie, malaria, drug abuse, zowel vanuit de NGO-sector als vanuit de overheidssector. Ik ben naar Temeke geweest, Kibaha, Morogorro, anderhalve dag naar Zanzibar, en natuurlijk Dar es Salaam.

Zwanger? Ga toch lekker weg

Zwanger? Ga toch lekker weg

Vandaag ben ik o.a. op bezoek geweest bij een een seksuele en reproductieve gezondheidskliniek van UMATI, speciaal gericht op jongeren (in Temeke, even buiten Dar es Salaam, Tanzania). Het was zo schattig: in een kamertje dat tevens een als een klaslokaaltje dient lagen vier engeltjes in kleine bedjes heerlijk te snurken. In totaal vangen ze nu 15 kinderen op. Maar achter dit vertederende beeld, gaat een kleine tragedie schuil.

Tot zeer voorkort (de president heeft net aangekondigd dat het anders moet) moesten meisjes die zwanger raakten tijdens hun primary (!) of secundary education verplicht de school verlaten!!! Nieuwe wetgeving is echter nog in ontwikkeling en moet nog geimplementeerd worden.

Denk aan het bovenstaande, en zet dat af tegen gebieden, waar maar liefst 60% van de meisjes tijdens hun lagere of middelbare schoolopleiding zwanger raakt. Waar toegang tot seksuele voorlichting in reguliere settings ontbreekt. (En wie zit er dan eigenlijk nog op school?) Waar HIV/AIDS elke dag nieuwe slachtoffers maakt. En waar abortus enkel is toegestaan indien de foetus een gevaar voor de gezondheid voor de moeder oplevert (dus niet eens in geval van verkrachting of incest, of indien de foetus een defect vertoont, laat staan: on demand).

Behalve dat de kliniek zich inzet voor toegang tot seksuele voorlichting, aan counselling en volountairy counseling and testing doet, medicatie voorschrijft (waar ze met name voor de reguliere STI-behandeling een flink tekort in hebben) of doorverwijst, toegang verschaft tot anticonceptie, aan peer-education doet, een bibliotheek heeft, waren ze ook maar een kinderopvang en opleidingen gestart voor vooral meisjes en daarnaast jongens, die uit het reguliere schoolsysteem waren gevallen.

Bijna fluoriserende oranje tomatensoep en weg uit Nariobi

Bijna fluoriserende oranje tomatensoep en weg uit Nariobi

Wat was ik blij dat ik gisteravond kon uitchecken uit Prison Hilton. Echt, ze zouden Paris gewoon een weekje hebben moeten opsluiten in haar vaders hotel in Nairobi en dat was dan wel genoeg straf geweest voor die dame.

Nairobi is een ongelooflijke stad, in een negatieve annotatie, zelfs in Johannesburg heb ik mij niet zo onveilig gevoeld. Maar na wat overleggen met collega’s spande het er wel om hoor, wie nou na een rondje stemmen op nr 1 eindigde.

Als op straat kijkt dan mist de multiculturele dimensie, zelfs in het buisiness disctrict. De enige wandelingen die ik heb gemaakt is van het congrescentrum naar Hilton (5 min lopen) en visa versa. En de enige keren dat ik ergens anders heb gegeten, is in de hotels van mijn internationale collega’s. En dan de kamer in Hilton itself: klein, muf, benauwd en geen mogelijkheid om een raampje open te doen ofzo.

Ondertussen waren twee vrienden van mij in hun hotel in Nairobi overvallen, misten ineens heel veel mensen hun laptop of blackberry, dus werd mijn gevoel van veiligheid er niet echt veel beter op.

Vrolijk luisterend naar Jack Johnson op mijn smartphone stond ik dan ook opgelucht in de rij op het vliegveld. Nog even… en dan zat ik in het lieflijke Dar es Salaam in Tanzania. Oh hoe fijn vond ik het weer om terug te keren naar dit prachtige land. Een vlucht van 1 u en 15 minuten, naar een wereld van verschil. Een heel basketballteam (plus nog twee andere sporten) checkte voor mij in. En toen ik uiteindelijk mijn oordopjes afdeed en mijn ticket overhandigde, kreeg ik een koude douche. Het vliegtuig was overbooked en er was geen plekje meer voor mij. Daarom hadden ze ook net, maar dan net, de gate gesloten voor inchecken.
“Maar ik moet met dat vliegtuig mee,” stamelde ik nog. “U begrijpt het niet. Ik moet echt met dat vliegtuig mee.” De dame aan de balie schudde haar hoofd.

Van de controller werd ik doorverwezen naar de Team Leader. De grote groep mensen voor mij verminderde mijn kansen. De Team Leader van Kenya Airways was ook ineens op spontane wijze verdwenen. Vooral de twee vloekende Indiers, indienst van Porche Nairobi trokken mijn aandacht. “Als jullie op mijn bagage wachten, dan spoor ik hem op.” Ik vond hem, maar het mocht niet veel baten.

Het werd een kutavond, maar ook ergens wel een gezellige. De twee Indiers van Porche zaten te wachten sinds de middag: die vlucht was immers geannuleerd. Na heel wat geschreeuw tegen de manager (ik wist niet dat ik in het Engels zo efficient kon vloeken en tieren) en ik er achter kwam dat het echt niet veel ging helpen, zijn we uiteindelijk maar met de situatie de draak gaan steken. Ik mocht hun telefoon lenen (ik had geen netwerk), zodat ik gelukkig Felister die mij op stond te wachten op Dar op de hoogte kon brengen dat het vandaag niet meer zou gaan lukken, maar dat ik morgen pas arriveerde.

Een anderhalf uur later liep ik met twee baliemedewerksters naar een andere locatie, die van de hotelreserveringen. De teamleader droeg een heel dun dametje op mijn zware rugzak te dragen. Ik vroeg of hij gek was geworden. Ik snauwde dat hij dat maar moest doen maar dat hij het uit zijn hoofd kon laten om zulke stupide voorstellen te doen. En dat ik het zelf wel deed. Dat ie verder kon opdonderen. Echt, ik had het zo met die vent gehad!

Het meisje vroeg of ik dacht dat ik sterker was dan zij. Ik antwoordde dat ik dat uiteraard niet dacht, maar dat ik haar niet wilde opzadelen met mijn probleem. Maar dat ik het zou waarderen als ze mijn tas met daarin mijn laptop zou willen dragen. Dat deed ze. De andere baliemedewerkster pakte spontaan mijn handtas

“You must be so angry,” zei Joy, bm1 tegen mij.
“Het gaat,” antwoordde ik. “Ik heb geleerd dat als je zaken kan veranderen, je boos mag zijn en moet vechten. Maar dat als je niets meer aan een situatie kan veranderen, je je er bij neer moet leggen. Anders raak je alleen maar gefrustreerd.” Mary, bm2 giechelde. Daarna knikten de beide dames.

“Wat een ongelooflijke bullebak is jullie Team Leader, en zo ongelooflijk onvriendelijk naar vrouwen toe,” zei ik daarna tegen Joy en Mary. “Terwijl ik tegen hem praatte draaide hij gewoon zijn hoofd weg en ging hij met mannen praten.” (Het was erg duidelijk dat voor deze TL vrouwen weinig waarde hadden, zoals bij helaas wel meer mannen in sommige delen van de wereld). De beide bm’ers knikten mistroostig.

“Maar weet je wat ik toen deed,” zei ik, terwijl ik midden op de weg die we overstaken stopten. “Ik liep op hem af, ging midden tussen hem en de mannen waarmee hij in gesprek was geraakt staan en zei: Meneer, u draait gvd niet uw gezicht af terwijl wij midden in een gesprek zijn. En nu luister u gv de gv naar mij. En u maakt eerst het gesprek af waarin wij verwikkeld waren, voordat u met iemand anders op dit hele vliegveld spreekt, begrepen? (gecensureerde versie)” En daarmee won ik de sympathie van de beide dames pas echt. Ze keken in ieder geval erg tevreden, alsof ze het hem zelf hadden willen vertellen.

En toen begon het lange wachten pas echt goed. Er kwam nog een ander meisje lang mij om mij te informeren dat alle hotels i.v.m. een congres volgeboekt zaten. Tja, dat had ze mij niet hoeven te vertellen, mij stond nog erg scherp voor de geest hoeveel moeite het A., onze secretaresse het had gekost om mij uberhaupt een hotel te vinden. De dame in kwestie studeerde overigens Agriculture en was verdomd trots dat zowel de World Social Forum als het congres over Women, Leadership and HIV/AIDS in Nairobi plaatsvonden. Dat is ook zo. Dergelijke congressen horen niet in het Noorden plaats te vinden. Ik vond het empowerende aspect van de locatiekeuze erg mooi!

Ondertussen stroomden de gestrande reizigers toe. In mijn verveeldheid heb ik interessante gesprekken gehad. Twee mechanic engineers, ondeweg naar Khartum vertelden mij dat het respectievelijk hun 9e en 11e keer was dat ze deze ervaring hadden met Kenya Airways. Dat bracht mij tot de vraagstelling waarom het in godsnaam mogelijk was om 1 – wel aan een olieleiding door Darfur te werken, maar 2- niet aan gezondheid (immers, Artsen zonder Grenzen heeft zich zelfs teruggetrokken omdat het te gevaarlijk was. En voordat die zich terugtrekken…)

En zo kabbelde het lekker allemaal voort. Drie bussen met gestrande reizers later, en heel wat wanhopige gezichten van mensen die hun bagage op hun invlucht naar Nairobi kwijt waren geraakt gezien te hebben, kwam dan toch uiteindelijk het bericht dat ze een hotel voor mij gevonden hadden. Ik mocht met bus nummer vier mee. “Het is niet zo heel bijzonder hoor.” Pfff. Nou, dat was wel op zijn zachtst uitgedrukt.

Het was een 2-sterren hotel ofzo vlak buiten het buisiness district van Nairobi waar ik uiteindelijk om twee uur s’nachts arriveerde. Geen warm water. Geen douche dus. Geen drinkwater op de kamer en in het restaurant alleen nog maar tonic en fanta. Bijna al het eten in het restaurant uitverkocht. De receptioniste moeten hebben overtuigen dat ik weigerde een kamer met vreemden te delen en zij mij toch echt mijn eigen sleutel moest geven. De lift die het niet deed (en mijn kamer was op de vierde verdieping dat eigenlijk de zesde bleek te zijn). In het restaurant (ik had al mijn Shillings al ingeruild tegen dollars) moeten zeggen dat zij zich vergisten door mij tien dollar in rekening te brengen, want dat het eigenlijk 4,5 dollar moest zijn en dat ze niet meer dan 5 dollar van mij kregen (het werden er uiteindelijk 6). Een drie kwartier op mijn oranje bijna fluoriserende tomatensoep met oude stukjes witbrood en biertje moeten wachten. Maar het aller aller aller ergste (behalve dat de kamer ook nog flink stoffig was):

Er zat een openlucht disco naast het ‘hotel’ dat tot zes uur s’ochtends keiharde slechte house muziek draaide, afgewisseld met iemand die niet kon zingen die af en toe in de microfoon aan het bleren was. De base trilde werkelijk aan alle kanten door mij heen. En toen ik uiteindelijk in slaap viel begon natuurlijk om half zeven s’ochtends in het gebouw daarnaast de kerkdienst (ook openlucht en met versterkers). Ik heb geen oog dichtgedaan. En eigenlijk is dat allemaal niet zo erg, als je op vakantie bent. Maar als je de dag erna moet werken, terwijl je weet dat je al te laat gaat komen op je vergadering, waarin je ook nog eens een heel belangrijke rol speelt, en net een hectische werkweek achter de rug hebt, dan is dat allemaal gewoon niet leuk.

Twee andere hoogtepuntjes kwamen de volgende ochtend, nadat ik in in mijn kleren van dezelfde dag fris gewassen onder een ijskoude douche naar beneden kwam. Het ontbijt bestond uit cornflakes en wat fruit.
“Heeft u ook brood?”
“Nee, wel een hardgekookt ei.”

Ik pakte maar een banaan, een kop koffie, wat cornflakes en een mangosap. En toen ik eenmaal om drie minuten voor tien beneden stond, was de pick up bus van Kenya Airways net twee minuten geleden vertrokken. Dat ze bij die organisatie niet kunnen tellen, had ik al eigenlijk mij de avond ervoor moeten realiseren.

De taxichauffeurs (van mensen in nood maak je immers gebruik) wilden mij niet voor minder dan 20 dollar meenemen naar het vliegveld. Uiteindelijk heb ik wel dit terug gekregen van Kenya Airways, van de andere teamleader. De fijne vent van de avond ervoor kwam ook nog even langs.
“Aha,” zei ik, “kijk nou, de aardige man van gisteravond.” Als blikken konden doden dan was hij echt al dood geweest. Ik ook overigens. Terwijl ik wachtte op mijn geld, vertelde ik wat van die andere TL vond aan de nieuwe TL. Zijn ogen spraken een boodschap uit van symphatie.

Maar daarnaaaaaaa…. daarna landde ik op Dar es Salaam, waar een glimlachende Felister op mij stond te wachten. Dar, een heerlijke stad in Oost Afrika. Het is hier zeker een graad of tien warmer dan in Nairobi (dus hier ca 29 graden) licht bewolkt met een heerlijk zeebriesje. Een stad waar je van de ene plek naar de andere plek kan lopen, en waar vriendelijkheid in de genen van de mensen zit. Samen met Felister liepen we naar een plek waar een kolonie pauwen zich heeft genesteld, waar we eerst een hapje aten, alvorens over te gaan tot de orde van de dag.

Ik ben nu in mijn hotel en ga straks:
1 – douchen
2 – slapen
Oh ja, en 3- mijn tas uitpakken…

Help people

Help people

Zo, toch nog maar een blogje. Ik lag eigenlijk in bed, maar kan de slaap niet zo goed vatten. Gisteravond ben ik geland op Nairobi. Iemand die veel reist doet altijd veel indrukken op en zo wil ik er graag een paar met jullie, lieve lezers, delen.

Het begon gisteren eigenlijk direct al in het vliegtuig. Een jongen die twee stoelen verder op zat begon tijdens het opstijgen direct de nog ingesnoerde stewardess enthousiast te vertellen over zijn aankomend vrijwilligerswerk in de sloppenwijken van Nairobi. Hij ging daar Engelse les geven, acht weken lang, zo vermoedde hij. Uit zijn verhaal bleek dat hij eigenlijk geen idee had wat hem te wachten stond. Hij zou in een gastgezin verblijven en had zelf zijn ticket moeten betalen, plus nog wat aanvullende kosten. Dat gaat mijn grens van vrijwilligerswerk alweer te buiten en valt bij mij al snel onder de noemer van uitbuiting.

Terwijl het vliegtuig verder opsteeg vroeg ik mij af of die jongen uberhaupt wel wist of Nairobi een van de meest geweldadige steden is van Afrika en met name buitenlanders altijd een gewild prooi voor geweldadige roofovervallen zijn.

En wat kan je bereiken, als je geen doelen vooraf gesteld hebt, niet goed geinformeerd bent en eigenlijk geen idee hebt van de situatie waarin je terecht gaat komen? Wel aanzien en dan het beste er van maken? Improviseren? Is dat ontwikkelingswerk

Daarna stond ik lang, zo niet heel lang, te wachten totdat mijn rugzakje van de band afrolde. Een meneer die naast mij stond stelde mij een vraag:
“Heb jij moeten betalen voor je visum?” vroeg hij. Ik bevestigde dit.
“Wij niet,” antwoordde hij triomfantelijk.
“Echt,” voegde hij er aan toe, “dit is zoooo Afrika.” Hij kirde een beetje, alsof hij zich verheugde op het goedkope eten en de lage fooien die hem te wachten stonden. Het geld wat hij eigenlijk moest betalen, maar niet hoefde, de aankomende 12 dagen.

We raakten verder in gesprek. Hij vertelde mij dat hij zijn dochter ging opzoeken, 12 dagen lang, die een tijdje ontwikkelingswerk in Kenia deed. Ze had geld ingezameld om schoolbankjes te kunnen kopen en was deze gaan afleveren bij het project.
“We hebben al onze kennissen gevraagd om knuffels,” deelde de man mij mede. “En we hebben een hele tas vol.”

Het knuffelsyndroom. Prachtig natuurlijk, al die kindjes blij maken met knuffels. Maar is dat nu echt wat ze nodig hebben? Een waar komt toch de ontzettende drang van weldoenerij vandaan? Geweten afkopen? Indruk maken bij de buren en al de kennissen die zijn gevraagd een knuffel te doneren? Heb dan het lef om ook te betalen voor je visum.

Daarna liep ik het vliegveld uit. Een Westerse jongen met een t-shirt met daarop ‘HELP PEOPLE’ liep mij voorbij. Een zucht ontglipte mij. Weer iemand met prachtige idealen, die soms zo kortzichtig kunnen uitpakken. De locale bevolking loopt hier echt niet met t-shirts rond met daarop ‘HELP ME’. ‘HELP PEOPLE’, mijn sociale hart klopt mee, maar mijn liberale ratio jeukt. Het is een mooi uitgangspunt, maar over het HOE wordt vaak zo weinig nagedacht. En waarom de misplaatste arrogantie? Moeten we er echt vanuit gaan dat mensen in ontwikkelingslanden per definitie zielig zijn? Het antwoord daarop is nee. Dus laten we daar nou eens een keertje mee gaan ophouden.

Maar goed, dan even kritisch naar de moderne ontwikkelingssamenwerker. Wat er tegenwoordig veelal gebeurt is het volgende: invliegen, training geven, uitvliegen en geen budget beschikbaar stellen voor de implementatie.

Ik ken tal van voorbeelden waar organisaties nog snel even wat locale NGOs van trainingen voorzien omdat ze hun quorum moeten halen. Immers, met hun donoren is afgesproken zoveel trainigen, met zoveel participanten.

Vaak krijgen daardoor organisaties trainingen door hun strot geduwt waar ze werkelijk niets aan hebben. Of waar participanten op afkomen die werkelijk niets met het onderwerp te maken hebben, maar slechts aanwezig zijn om zo hun per diem (dagbetaling) te kunnen opstrijken. Verdient veelal beter dan een dag gewoon werken.

Wie wordt van een dergelijke constructie echt beter? Juist, de buitenlandse consultant en/of de organisatie waarvoor hij/zij werkt. Maar goed, dan even kritisch naar mijzelf kijken. Wat doe ik eigenlijk hier in het Hilton in Nairobi? Ehm, alle hotels waren volgeboekt en de enige plek die nog beschikbaar was was in dit hotel, na goed zoeken vond de secretaresse dan toch nog iets. Tegen een vrij reeel tarief.

Ondertussen, als ik kijk naar wat een maaltijd hier kost, of dat voor een week internettoegang 120 euro in rekening wordt gebracht, dan snap ik wel waar het hotel pas echt goed aan verdient… Niet aan deze minikamer in ieder geval. Maar goed, als ik kijk naar de ongelooflijke hoeveelheid personeel, dan levert het in ieder geval wel banen op. Ik heb al geinformeerd: een gemiddeld maandloon is hier 5000 shilling. Dat is ca 55 euro.

Ik ben hier, deze week, om te vergaderen met een aantal organisaties waarmee we een wereldwijde coalitie vormen. Dat is mijn primaire doel. Zodat we aan de hand van het uitwisselen van ervaringen en het opzetten van een gemeenschappelijke strategie weer verder kunnen werken aan het bewerken van de VN en nationale overheden. De locatie is gekozen omdat momenteel een congres gaat over vrouwen, leiderschap en HIV/AIDS waardoor veel coalitiepartners momenteel in Kenia aanwezig zijn. Heel veel van de organisaties waarmee we samen werken zijn zeer sterke grass roots organisaties, die ontzetend empowered zijn en weinig afhankelijk. Ik bewonder een aantal zeer. Als ik kijk wat deze mensen in hun land voor elkaar krijgen. Echt bewondering. En zo leerzaam. En voor mij lag het op de route naar Tanzania. Dus tot zo ver kan ik het nog wel verantwoorden.

Eind deze week ga ik naar Tanzania, waar ik een aantal projecten die de organisatie waarvoor ik werkzaam ben samen met onze locale partner heeft opgezet, ga bezoeken. Veel research is er aan vooraf gegaan, om de doelen helder te krijgen en te toetsen op haalbaarheid. Een van de grotere projecten is bijv. het implementeren van seksuele voorlichting in het basisonderwijs. Toch zijn er een aantal haperingen die we gaan analyseren. Alhoewel de politiek daar haar steun heeft uitgesproken, lijken ze zich er in de praktijk toch niet aan te willen verbinden. En dan komt mijn expertise van pas, plus het feit dat ik in mijn budgetten kan kijken om te zien wat wij verder ook financieel kunnen betekenen. Maar nogmaals, zonder de expertise van mijn locale counterpart ben ik nergens. Dan blijft het westers glazenbollenkijkerij.

In oktober nemen wij een aantal Nederlandse parlementariers mee op studiereis naar deze projecten, om ze dan een zeer objectieve blik te geven van ontwikkelingssamenwerking. Het is nu eenmaal een vak/wereld dat je het beste leert kennen door het te zien, te ervaren, vragen te stellen en kritisch te durven zijn. Dus ook daaraan gaan we in Tanzania verder samenwerken. Want ik ben er wel van overtuigd dat er een noodzaak tot ontwikkelingssamenwerking bestaat. De problematiek is soms te groot om alleen opgelost te kunnen worden.

Ik merk dat ik zelf vaak worstel met vragen over wat ontwikkelingssamenwerking nou zou moeten zijn en wat waarom wel en waarom niet werk. Ik word namelijk een beetje moe van de vier bovenstaande voorbeelden waar ik zo vaak mee geconfronteerd wordt. Maar tegelijkertijd zie ik ook vaak initiatieven die wel werken. Tijdens mijn verblijf in Tanzania zal ik ook ruimschoots ingaan op de vraag waarom Tanzania nu een van de landen is, waar donoren ongeveer het meeste geld in geinvesteerd hebben, maar per saldo de armoede het minste is verdwenen. Het is een interessante casus.

En waarom is er bijvoorbeeld in Tanzania een gebrek aan anticonceptie, terwijl warehouses vol liggen met spullen die over datum raken. Waarom zijn die dingen eigenlijk neergezet op locaties die na een moesson niet meer te bereiken zijn etc etc etc. Ik wil het weten.

De laatste tijd begeef ik mij op literair gebied ook ruimschoots buiten mijn vakgebiedje van seksuele en reproductieve gezondheid. Opbouw van democratie, schuldensanering, corruptiebestrijding, maar ook verschillende filosofieen over OS kruizen mijn netvlies. Van een ding ben ik inmiddels overtuigd geraakt:

een continue stroom aan hulpgoederen, zoals knuffels of zelfs gelden, dat werkt veelal niet. Het creeert afhankelijkheid en een vraag die voorheen niet bestond.

Maar ook het invliegen en lukraak een traininkje hier en daar geven en het OS-geld opmaken omdat de donor anders niet tevreden is, werkt ook niet. Wat wel werkt, bescheidenheid, en initiatieven ondersteunen die vanuit de mensen zelf komt, dat wel, maar voor de rest hoop ik er toch echt voor mijn 65e (deels) achter te zijn gekomen.  Tips over boeken en idee”en en praktijkervaringen zijn natuurlijk altijd welkom.

Kenia en Tanzania

Kenia en Tanzania

Morgenochtend vlieg ik naar Nairobi, Kenia. Ik heb daar een aantal belangrijke vergaderingen en aansluitend ga ik door naar een congres over vrouwen, leiderschap en HIV/AIDS. Daarna vlieg ik door naar Tanzania, waar ik een week samen met onze locale partner een aantal projecten ga bezoeken en de voortgang er verder van bespreken.

En dan… dan haal ik mijn vriend op van het vliegveld en pakken we de boot naar Zanzibar. Daarna gaan we eerst een week lang op het strand luieren en uitrusten van alle werkhectiek en daarna wel zien wat we de resterende tweeënhalve week gaan doen! Tot over zes weken! Ik ga inpakken.