Monthly Archives: augustus 2008

Zou het volgend jaar misschien weer een beetje beter gaan?

Zou het volgend jaar misschien weer een beetje beter gaan?

Vroeger, als kind, fietste ik vaak met mijn vader en mijn schepnetje naar de polder. We gingen watervlooien vangen voor mijn zonnebaarzen en modderkruipers in onze vijver. Ik woonde in een klein dorpje en de natuur was echt overal om de hoek.

Mijn vader vertelde mij vaak op onze tochtjes over de wereld zoals hij die als kind beleefd had. Als pap vertelde dan luisterde ik ademloos. Soms vertelde hij over de oorlog, die hij als kind had meegemaakt. Maar vaak vertelde hij over hoe het landschap er uitzag toen hij even oud was als ik.

We staarden samen dan in de sloot, terwijl hij ondertussen mij de namen van de planten en insecten gaf. Van de vissen. En vertelde dan altijd over wat er niet meer was. Over hordes stekelbaarsjes bijvoorbeeld. Over de gewone watersalamander. Soms keek ik in het water en verbaasde ik mij over de leegte, ookal krioelde het er voor mij van het leven. Ik kende het niet anders, zo als ik het zag, zo hoorde het toch te zijn? Dan vroeg ik mij soms af, hoe de wereld er uit zo zien als ik kinderen zou hebben. In mijn gedachte streepte ik vaak nog wat dieren weg en stelde ik mij een nog grotere leegte voor.

Zo somber is het heden ten dagen in de slootjes niet. De waterkwaliteit is in zijn algemeenheid vooruit gegaan sinds mijn jeugd. Het oeverbeleid is op veel plaatsen gunstig gewijzigd. Maar toch gaat het niet goed met de natuur om ons heen. Is het iemand opgevallen dat er dit jaar nauwelijks vlinders zijn? En we overspoeld worden met exoten. Oranje lieveheersbeestjes, Amerikaanse rivierkreeften, grotere scheermesjes, grotere hooiwagens en andere berenklauwen. Onze natuur verandert drastisch, op een andere manier dan dat ik mij ooit als kind had kunnen voorstellen en het tempo waarmee het gaat is ongelooflijk snel.

Eigenlijk wilde ik dit jaar met de trein naar Frankrijk, maar gezien het enorme prijskaartje zwichtte ik toch voor de discounter vlucht naar Spanje. Wat ik aantrof was een verpeste kust, waar de commercie vooral bepaalde hoe je je moest gedragen op vakantie. En rust, harmonie en stilte waren daar niet bij. Doorfeesten, geld uitgeven, zoveel mogelijk winst moet er namelijk gemaakt worden in de zelfs in het hoogseizoen half leegstaande hotels. Het was een aaneenschakeling van lichtvervuiling en geluidsoverlast. Zelfs de muggen waren in sommige steden op mysterieuze wijze verdwenen na het effectief implementeren van ‘hygienische maatregelen’.

Toen ik als kind naar Spanje afreisde was de verwoestijnisering van het binnenland al merkbaar. De rivieren stonden ongekend lang droog. Het Spaanse landschap was leeggekapt en dor. En in Portugal regende het daardoor daar stukken minder.

Maar op deze vakantie zag ik pas tijdens het snorkelen wat ik de hele tijd om mij heen onaangenaam voelde – die loeiende oven om mij heen. Ik zag geen enkele zeeegel, zeeoren, zeekomkommers, krabben en nauwelijks meer zeegras, en zeer slecht stoffig zicht. Een paar visjes, van erg klein formaat. De Middellandse Zee is te warm, te geplunderd en op veel plaatsen ook een woestijn geworden.

Deze conclusie stemde mij droevig en wekte in mij een groot gevoel van onmacht op. Ik belde pap en hoorde ook zijn ontsteltenis toen ik hem door mijn ogen lietkijken. Ok, die discounter had ik kunnen laten voor wat het is, maar ik scheid mijn papier, mijn glas, eet en leef zo vaak en goed mogelijk biologisch, eet geen tonijn, paling of andere lekkernijen, rijd geen tot nauwlijks auto, mijn huis draait al jaren op groene stroom, maar het is allemaal niet voldoende. Soms lijkt het of de wereld om ons heen om grote oplossingen schreeuwt met een implementatietraject korter dan dat we ons laten inplannen (door wie eigenlijk?). En alles is zo passief. Maar waar is nu eigenlijk het begin?