Monthly Archives: september 2009

And than you go hierso

And than you go hierso

“Komt u langs station Brouwhuis?” vraag ik aan de buschauffeur. Door vertragingen eerder op het traject had ik het boemeltje naar Helmond Brouwhuis gemist, waardoor ik ruim vijfentwintig minuten moest wachten op de volgende. Ik besloot daarom maar op station Helmond het andere openbare vervoer een kans te geven.  “En bent u er eerder dan de trein?” voeg ik aan mijn vraag toe.
“Ja, da’ wee’k togh nie,” mompelt de chauffeur, een beetje beledigd.
“Waar môet je den sijn?” vraagt hij.

Ik leg het de buschauffeur uit en krijg werkelijk een onverstaanbaar antwoord. Ik kijk de chauffeur niet begrijpend aan, verzoek hem zijn antwoord te herhalen en leg nogmaals uit waar ik naar toe moet. Uit zijn reactie maak ik dat hij mij ook niet verstaat. ABN versus dialect. Nederland, het land, gescheiden door twee rivieren, waar men elkaar nauwelijks elkaar verstaat, dat volgens Wilders ’beter’ moet worden, ‘Nederlandser’ laat zich weer eens van haar beste kant zien. Ik kijk nog naar een man die voorin de bus zit, met een uitgeprinte plategrond van Helmond en twijfel, of ik hem zal vragen, kort op zijn kaart te mogen kijken. Dan besluit ik het maar via mijn telefoon en google maps zelf uit te zoeken. De bus vertrekt.

“You: out!” zegt de buschauffeur ineens tegen de man met de plattegrond, nadat hij bij een halte is gestopt.
De toerist staat op, pakt zijn koffertje en buigt zich met zijn kaart naar de chauffeur.
“You have to go hierso,” zegt de chauffeur. “En den you have to go so, so so. En so. Den so. Very simpel.”
De toerist kijkt de buschauffeur netzo verdwaasd aan, als ik een paar minuten geleden.
“Hierso,” zegt de chauffeur, dit keer iets luider. “You have to go that way (wijst), and den so, so, so, en den dereso, en den you have to go high.” Ik kijk een medepassagier aan. We hebben allebei moeite niet in lachen uit te barsten.

“Snap je het nou nog niet?” vervolgt de chauffeur, in zijn dialect, dit keer nog luider. “You have to go dere, en den la, la, la, la, la. En den so.” De toerist bedankt de chauffeur, stapt uit, en buigt zichzelf nogmaals – completely puzzled - diep over de kaart.
De buschauffeur draait pontificaal om naar alle passagiers.
“Het is toch ongelooflijk,” zegt hij verontwaardigd. “Ze reizen de hele wereld over, maar spreken nog geen woord Engels.”

Jonathan

Jonathan

Gisteren zag ik een bijzonder tafereeltje. Samen met een goede vriend maakte ik een bescheiden fietstochtje door de Noordpolder van Amsterdam. Langs Durgerdam, het dijkje op, bij de splitsing naar Marken naar links, en dan dwars door de polder – met de witte bruggetjes naar Holysloot aan de linkerhand – terug richting Amsterdam.

Voordat we de polder weer uitfietsten zagen we hoe een moederkoe ijverig haar pasgeboren jong aan het schoonlikken was. Met haar snuit moedigde zij hem, tussen het likken door, aan te gaan staan. Het zag er zo zorgzaam uit. Terwijl restanten vruchtwater en nageboorte nog uit haar dropen had ze alleen oog voor het kleine gammele hoopje zwart-witte vlekken dat in de weide lag. Twee andere fietsers hadden de geboorte van een afstand gezien: het jong was minder dan tien minuten geleden geboren. Na hem helemaal te hebben schoongemaakt, en het ukje nog steeds te jong was om te kunnen staan (het duurt ca 1 uur), ging de moederkoe uitgeput naast haar kleine stiertje liggen. Ik noem hem –totdat hij omgedoopt gaat worden tot serienummer xxxxx- Jonathan.