Monthly Archives: februari 2011

Tuigdorp? Goh…

Tuigdorp? Goh…

Vandaag viel mijn oog op een berichtje over een nieuwe ballonnetje van Wilders: tuigdorpen. Een simpel concept: verzamel alle net-niet-helemaal-criminelen en zet ze bij elkaar in een locatie. In het bericht stond ook de opmerking dat het geen nieuw concept was: in Denemarken zou reeds een aantal jaren met succes geëxperimenteerd worden met dit concept.

Nee, nieuw is het concept niet. Als we terug kijken in de geschiedenis dan hoeven we enkel aan Australie te denken: Vijf jaar na de aankomst van de eerste strafkolonisten begon ook de immigratie van “vrije” kolonisten. Toch werden er tot 1868 Britse criminelen naar Australië gedeporteerd, in totaal 160.000 man. Het was de bedoeling dat de ex-gevangenen het land zouden cultiveren en dat dwangarbeiders ze daarbij zouden helpen, maar dit liep even anders. Dit corps hield zich echter al snel alleen maar bezig met een lucratieve drankenhandel onder leiding van John Macarthur, die echter totaal uit de hand liep1.

Gouverneur Bligh (die van muiterij op de Bounty) lukte het niet om aan deze toestand een einde te maken en werd in 1810 opgevolgd door Lachlan Macquarie. Hij stuurde het New South Wales Corps (Macarthur was al eerder naar Groot-Brittannië teruggekeerd) terug naar Engeland en probeerde een modelkolonie van New South Wales te maken door meer vrije kolonisten aan te trekken.

 

Maar ook in de Nederlandse geschiedenis zijn simpele voorbeelden te benoemen die dit falende beleid onderstrepen: ik hoef alleen maar terug te denken aan mijn oude stadsdeel, waar ik tot 3 jaar geleden, voordat ik verhuisde naar een ander stadsdeel, ook politiek actief was. Geuzenveld. Een stadsdeel waar ik overigens altijd met veel genoegen gewoond heb. Maar ook een stadsdeel dat zich kenmerkte door armoede en achterstand. ‘Het stadsdeel van Mohammed B.’, zoals de locale VVD toentertijd in haar verkiezingsprogramma kopte. ‘Het stadsdeel van de Tokkies’, zoals ik ontdekte toen ik eens de tv aanzette en ik in beeld het uitgebrande flatgebouw van anderhalve straat verderop herkende. In een documentaire over de Tokkies werd de context van mijn stadsdeel mij zoveel duidelijker gemaakt.

 

Geuzenveld was ooit ingericht voor een stadsdeel voor kansarmen.

‘Stop ze allemaal bij elkaar, zet er veel maatschappelijk werk op, en alles komt goed,’  was de naïeve gedachte. En als de aso’s dan geresocialiseerd zijn, dan kunnen ze wel weer leren in de normale stadsdelen te wonen. Het maatschappelijk werk werd echter wegbezuinigd, de aso’s bleven allemaal bij elkaar wonen, de modale en bovenmodale inkomens trokken uit het stadsdeel weg, arme migrantenfamilies met een bescheiden inkomen trokken in de achtergebleven woningen, die in waarde achteruit gingen. En voordat men het doorhad kreeg Geuzenveld de bijnaam het Gaza van Amsterdam. Schotelcity. En vloog er af en toe een appartement in de fik, omdat de ene familie de andere te asociaal vond en dat onderhands met elkaar verrekende.

 

Een van de meest heikele punten in Geuzenveld was, toen ik daar politiek actief was, de stadsvernieuwing, waar ik een groot voorstander van was. Waar partijen tegen sloop of renovatie waren, of zich met hart en ziel inspanden om in de nieuwe buurt weer minstens net zoveel sociale woning bouw terug te plaatsen, vond ik dat diversificatie de buurt haar kloppend hart weer terug gaf en leven terugbracht in een uitstervende en door armoede uitgeholde wijk. Diversificatie draagt bij aan een samenleving. Kortom, mijn conclusie was soortgelijk aan die van gouverneur Macquarie. Halve criminelen of aso’s klakkeloos bij elkaar plaatsen lost je probleem niet op, sterker nog: je creëert er een compleet nieuw en bijna onoplosbaar probleem bij. Tuigdorpen. Goh.

 

Voetnoot: 1. bron: http://www.landenweb.net/australie/geschiedenis/

Holle bolle bomen

Holle bolle bomen

‘Holle bolle bomen,’ hoor ik achter mij terwijl ik mijn fiets losmaakte. ‘Holle bolle bomen.’
Ik draaide mij naar hem toe.
‘Holle bolle bomen,’ zei hij, terwijl hij mij kort aankeek.
In langzaam tempo schuifelde de  man zijn weg voort. Ontroerd keek ik hem na. Door zijn ouderdom had hij zijn spraak niet meer onder controle. Zonder begeleiding van zijn stok kwam hij geen meter vooruit. En desondanks ging hij toch koppig de straat op. Prachtig.