Category Archives: Gewone dag

UN Adopts Landmark Resolution on Youth and Adolescents

UN Adopts Landmark Resolution on Youth and Adolescents
YouthDoIt

credits: youthdoit.com (neem een kijkje!)

Vandaag geweldig (technisch) nieuws in mijn inbox. De afgelopen week vond de vergadering plaats van de VN Commission on Population and Development. In deze vergadering wordt jaarlijks de voortgang omtrent ICPD besproken.
ICPD en het bijbehorende Platform voor Actie kwamen tot stand in 1994 en waren baandoorbrekend, omdat de individuele weloverwogen keuzes ten aanzien van seksualiteit en voorplanting centraal kwamen te staan bij vraagstukken over de (veel te snelle) bevolkingsgroei.
Het logge begrip seksuele en reproductieve gezondheid en rechten (SRGR) werd geïntroduceerd. SRGR houdt ongeveer in dat je de juiste informatie ter beschikking moet hebben,  waardoor je weloverwogen keuzes kan maken ten aanzien van je eigen seksualiteit, partnerkeuze en over of en hoeveel kinderen je wilt. En toegang hebt tot (seksuele en reproductieve) gezondheidszorg en middelen, zoals bijvoorbeeld anticonceptie, die je ondersteunen in die keuze.

Het is prachtig werkveld. Maar omdat het voor een deel over seks, seksualiteit en voortplanting gaat, is het ook vaak ook een controversieel onderwerp. Helaas kan je dialoog hier over vaak niet objectief voeren zonder dat verschillende moralen langskomen (bijv geen seks voor het huwelijk, dus liever geen seksuele voorlichting, maar enkel onthouding etc etc). Vooral onder de conservatieve Bush was het moeilijk (internationaal) zaken doen op dit gebied. En het Vaticaan staat ook vaak fanatiek te preken vanaf hun Holy See zetel in de VN. Maar ook Saudi Arabië is een berucht tegenstander.

Nadat vorige maand geen consensus was bereikt tijdens de UNCSW, de commissievergadering waarin voortgang op vrouwenrechten en emancipatie wordt besproken, hield ik toch wel mijn hart vast. De conservatieve wind is nog altijd internationaal erg voelbaar en welt op de vreemdste momenten aan tot een storm. En om dan te gaan praten over de (seksuele rechten) van  jongeren? Gelukkig gingen ook de youth advocates van CHOICE For Youth And Sexuality naar deze commissievergadering. En andere organisaties zoals dance4life, Amnesty etc.CHOICE en dance4life hadden zelfs speciaal voor deze commissievergadering een website gelanceerd :you(th)doit.com (de bijgaande foto komt ook van die site, neem vooral een kijkje).

Gisteravond laat eindigde de vergadering. En daarna kwamen de eerste jubelberichten in mijn inbox!

Today the UN Commission on Population and Development adopted a landmark resolution on the theme “Adolescents and Youth”. For the first time, the UN has agreed on lthe following language:

  • To protect and promote adolescent’s and young people’s rights to control their sexuality free from violence, discrimination and coercion (PP15)
  • To protect and promote human rights and fundamental freedoms regardless of age and marital status…. and by protecting the human rights of adolescents and youth to have control over and decide freely and responsibly on matters related to their sexuality, including sexual and reproductive health (OP7)
  • To comprehensive sexual and reproductive health services, including safe abortion where legal and in circumstances where is it is not against the law, training and equipping health-service providers and other measures to ensure that such abortion is safe and accessible (OP23)
  • To give the full attention to meeting the reproducitve health service, information and education needs of young people with full respect for their privacy and confidentiality, free of discrimination, and to provide them with evidence-based comprehensive education on human sexuality, on sexual and reproductive health, human rights and gender equality, to enable them to deal in a positive and responsible way with their sexuality (OP26)
  •  It also contains a number of important provisions on employment, HIV, youth participation, eliminating early and forced marriage, and others.

Wat een feest. De dag is mooi begonnen!

 

 

 

Je balkon bijvriendelijk maken: it pays off

Je balkon bijvriendelijk maken: it pays off

2012 is uitgeroepen tot het jaar van de bij. En dat beetje extra aandacht kunnen ze erg goed gebruiken. Ook Nederland heeft te maken met massale bijensterfte. Niet alleen omdat de tuinen te netjes zijn geworde, het landschap qua bloemen verschraald is, ze last hebben van Varroa-mijten, maar ook – nu blijkt uit een recente studie van Harvard -  omdat een zeer gering gebruik van neurotoxinen van grote invloed is op hun welzijn.

Ik ben daarom eens gaan nadenken over wat ik zou kunnen doen om een klein beetje steun te bieden aan de beestjes. Zonder bijen is er immers geen leven. Dus naast een kleine donatie aan de bijenstichting, ben ik eens gaan YouTuben. Daar zijn namelijk behoorlijk wat filmpjes te vinden over hoe je een Bijenhotel kan knutselen. En als dat teveel moeite is: ze zijn ook kant en klaar te koop bij de Intratuin. Read the rest of this entry

Holle bolle bomen

Holle bolle bomen

‘Holle bolle bomen,’ hoor ik achter mij terwijl ik mijn fiets losmaakte. ‘Holle bolle bomen.’
Ik draaide mij naar hem toe.
‘Holle bolle bomen,’ zei hij, terwijl hij mij kort aankeek.
In langzaam tempo schuifelde de  man zijn weg voort. Ontroerd keek ik hem na. Door zijn ouderdom had hij zijn spraak niet meer onder controle. Zonder begeleiding van zijn stok kwam hij geen meter vooruit. En desondanks ging hij toch koppig de straat op. Prachtig.

Jonathan

Jonathan

Gisteren zag ik een bijzonder tafereeltje. Samen met een goede vriend maakte ik een bescheiden fietstochtje door de Noordpolder van Amsterdam. Langs Durgerdam, het dijkje op, bij de splitsing naar Marken naar links, en dan dwars door de polder – met de witte bruggetjes naar Holysloot aan de linkerhand – terug richting Amsterdam.

Voordat we de polder weer uitfietsten zagen we hoe een moederkoe ijverig haar pasgeboren jong aan het schoonlikken was. Met haar snuit moedigde zij hem, tussen het likken door, aan te gaan staan. Het zag er zo zorgzaam uit. Terwijl restanten vruchtwater en nageboorte nog uit haar dropen had ze alleen oog voor het kleine gammele hoopje zwart-witte vlekken dat in de weide lag. Twee andere fietsers hadden de geboorte van een afstand gezien: het jong was minder dan tien minuten geleden geboren. Na hem helemaal te hebben schoongemaakt, en het ukje nog steeds te jong was om te kunnen staan (het duurt ca 1 uur), ging de moederkoe uitgeput naast haar kleine stiertje liggen. Ik noem hem –totdat hij omgedoopt gaat worden tot serienummer xxxxx- Jonathan.

Duurzaam bouwen

Duurzaam bouwen

Gisteren was ik naar de verkoopmanifestatie van vrije verkaveling in Almere. Samen met goede vriend en fotograaf N., die tevens gebouwen fotografeert, ging ik op stap. Mijn scriptie gaat immers over de juridische grenzen ten aanzien van duurzaam bouwen, dus een dagje praktijk was mij welkom. Mijn speciale interesse ging uit naar de 12 kavels die beschikbaar waren gesteld voor duurzaam bouwen-projecten.

We waren te vroeg uitgestapt en kwamen als eerste aan bij een promotiebus, ingericht voor de verkoop van reeds geplande en ontworpen huizen. Ik vroeg een van de aanwezige standhouders, een makelaar, in hoeverre aan duurzaamheid vorm was gegeven bij het bouwproject dat ze probeerde te slijten.
“Niet,” antwoordde de vrouw.
“Dus u bouwt lekker conventioneel?” vroeg ik een tikkeltje obstinaat. De vrouw dacht na terwijl je alarmbelletjes in haar hoofd zag afgaan.
“In het midden komt een biologische zwemvijver,” zei ze uiteindelijk. “Met aan de weerszijden allemaal waterplanten die het water zuiveren, en waar allemaal dieren kunnen wonen. Maar echt duurzaam zoals zonnepanelen, nee.”
“Oh,” zei ik, terwijl ik besluit niet in te gaan op haar fragmentarische en minimalistische kijk op duurzaamheid (‘zonnepanelen’). Prachtige jeugd-vakantieherinneringen doemden op.
“Lekker zwemmen tussen de ringslangen?” Met afschuw werd ik aangestaard.
Uiteindelijk legde ik uit dat ik voor mijn scriptie informatie zoek over duurzaam bouwen en vroeg haar of ze mij de juiste richting op kan wijzen. Letterlijk, want inhoudelijk had ik werkelijk niets bij haar te zoeken.
“Kom je hier alleen voor je scriptie of ben je ook van plan iets te kopen?” vroeg ze laatdunkend.
“Neeeeeeee,” riep ik uit. “Wonen in Almere, verschrikkelijk, ik moet er niet aan denken.”
1-1.

De schaapachtige blik in de ogen van de meeste architecten als ik over duurzaamheid begin is treffend. En al helemaal als ik over het juridische spanningsveld begin. Daar hebben ze nog nooit van gehoord, noch over nagedacht. Nou ja, ieder zijn vakgebied, zullen we maar zeggen. Een van de 12 kavels bestemd voor duurzaamheid is al vergeven door een prijsvraag. De woning is zelfvoorzienend, een prachtig ontwerp. Van het woord autarkisch willen ze echter niets horen.

“Je moet het aan de gemeente vragen hoe ze het willen gaan doen,” zegt een van de architecten. “Volgens mij moeten we speciale ontheffing krijgen van VROM, maar de vergunningen zijn nog niet rond, en we hebben nog niets zwart-wit op papier.”
Ik vraag verder: het hele te verkavelen gebied word aangesloten op stadsverwarming. Dit betekent dat alle twaalf kavels moeten kiezen voor geen aansluiting, of voor een gezamelijke aansluiting. Er geldt namelijk een wettelijke aansluitingsplicht op het energienetwerk, riolering etcetera. Tja, dat heb je toch helemaal niet nodig, als je een beetje goed nadenkt… Maar het is of een gezamenlijke ontheffing, of geen.

Ik kom een ambtenaar van de gemeente Almere tegen: gelukkig begrijpt hij eindelijk wat ik bedoel met juridisch spanningsveld. Het Bouwbesluit, dat de technische eisen beschrijft waaraan een huis moet voldoen, is als het ware een klein doosje waar binnen gebouwd moet worden. De muren een beetje oprekken, ontheffingen etc, dat zijn mogelijkheden, wil je echt duurzaam bouwen (en van bijv. de verplichte ruimte voor de meterkast of de verplichte betonnen vloer/fundering willen ontkomen). Hij geeft mij de naam van de specialist binnen Almere, morgen zal ik hem bellen. Ik ben heel benieuwd.

Uiteindelijk stuit ik op twee architecten die mij gelukkig helemaal begrijpen, en langzaam komt hun frustratie boven. Materiaalgebruik dat niet is toegestaan (bijv. wanden van gerecycled glas), financiering die niet rond komt (duurzaam bouwen is vaak duurder), garanties die niet afgegeven willen worden en zo nog veel meer.
Uiteindelijk zegt een van de architecten:
“Een huis zou zo gebouwd en ingericht moeten zijn, dat elke keuze die je maakt, duurzaam is. Duurzaamheid moet zo gefaciliteerd zijn, dat je niet meer na hoeft te denken over je keuze.”

Hear hear! Kan deze filosofie niet worden geextrapoleerd naar in alles wat je doet? Zou zo een maatschappij niet moeten ingericht zijn? Of zoals een reclame poster zei, die ik tegenkwam tijdens een van mijn lange fietstochten:
Bestaat er dan zoiets als maatschappelijk ONverantwoord ondernemen – waar zijn we eigenlijk mee bezig?
We maakten een rondje over het terrein, schoten wat plaatjes en keken naar de oer-conventionele voorbeeldhuisjes, die reeds ter inspiratie voor de zelfbouwer waren neergezet.

Dodenherdenking bij het homomonument

Dodenherdenking bij het homomonument

Vanavond herdacht ik de gesneuvelden tijdens de Tweede Wereldoorlog bij het Homomonument in Amsterdam. Vroeger ging ik altijd naar de Dam, maar sinds een vriendinnetje mij meevroeg, ga ik altijd naar het Homomonument. De herdenking heeft daar zoveel meer meerwaarde. Niet alleen omdat het monument zelf een kroon is op een strijd voor jarenlange erkenning (het officiële standpunt van de Nederlandse regering was tot diep in de jaren ’80 dat er slechts zes (ofzo) Nederlandse homo’s in WO II waren omgekomen, dus geen apart monument ‘nodig hadden’), maar ook omdat de herinnering altijd actueler is.

Uiteraard wordt stilgestaan bij hen die vielen, maar daarnaast worden AIDS-slachtoffers gememoreerd en hoe verdrietig het ook is, ook stilgestaan bij recente slachtoffers van homo-haat en discriminatie. Elk jaar zijn er weer nieuwe namen. Wanneer houdt dat toch eens op?

Het thema van dit jaar was ‘vrouwen’. Voor de mensen die mij goed kennen, een onderwerp dus naar mijn hart. De sprekers waren dit jaar allemaal vrouw. De speech van Carolien Gehrels, namens de Gemeente Amsterdam, die tevens de openingsspeech was, heeft mij het diepst geraakt. Tot tranen geroerd was ik, toen zij vertelde over het recht om homo te zijn, de acceptatie in Nederland, maar hoe moeilijk en onzeker het kan zijn, omdat niet iedereen dit recht respecteert of accepteert. Het was zo treffend en kwam recht uit haar hart, zonder te dwepen met emoties. Mocht ik mijn hand er op kunnen leggen, dan zal ik het hier integraal publiceren.

Samen met PH, gemeenteraadslid, heb ik namens D66 Amsterdam een krans mogen leggen. Ik vond het een hele grote eer.

Scriptie

Scriptie

Vanmiddag had ik een gesprek over mijn scriptie op het Centrum van Milieurecht aan de UvA. Ja, na jaren van treuzelen en uitstellen is het mij gelukt daadwerkelijk iets zinnigs op papier te zetten. Waarom ik dat toch niet al minstens vier jaar eerder heb gedaan…

“Niet ontvankelijk, niet ontvankelijk,” buldert mijn docent bij wijze van begroeting, zodra hij mij de trap die naar het G-gebouw leidt, waar het CvM gevestigd is, ziet afdenderen. Ik ben ruim vijf minuten te laat.
“Maar mijn termijnoverschrijding is verschoonbaar,” sputter ik terug tegen mijn met stip op één favoriete docent, terwijl ik zijn kamer binnenloop. Stapels met boeken en nog meer paperassen kenmerken zijn kamer, die hij schijnt te delen met een collega. Waar die dan moet zitten is mij altijd een raadsel.

“Nou, laat maar horen,” zegt hij streng. “En je weet het hè, de meeste noemen wij smoezen.”
“Eén van mijn vissen heeft nesteldrang,” begin ik mijn betoog. “En door haar nesteldrang is ze begonnen met het afslachten van mijn andere vissen.”
“Oei,” zegt hij begripvol. “Wat voor vissen?”
“Kempvissen en guppies,” antwoord ik. “Misschien op voorhand al niet zo een goede combinatie. Maar goed. Ik heb daarom mijn overgebleven guppies in de saladebak gedaan. Vandaag ben ik eerst gaan kijken bij de Kringloopwinkel. Ik dacht: misschien kan ik daar een tweedehands aquariumpje vinden. Ze kunnen natuurlijk niet in mijn saladebak blijven wonen.”
“Hm,” murmelt mijn docent, terwijl hij mij inschattend aanstaart. (Behalve dat hij ongeïnteresseerde studenten de materie probeert bij te brengen spendeert hij ook een deel van zijn tijd aan het zijn van bestuursrechter; dat merk je).

“Maar nee hoor, geen aquarium. Wat ik wel vond was een schilderij. Een prachtige vaas bloemen, opgetekend in dikke verf. Ik herken de schilder, ik heb al eerder werken van zijn hand gezien, maar zijn naam is mij ontschoten. Meer dan een net boven middelmatig kunstenaar is hij nooit geworden. Maar wat dit schilderij voor mij zo mooi maakt: het is gedateerd 1944.”
“Waarom maakt dat jaartal het dan voor jou zoveel mooier,” vraagt mijn docent.
“Het verhoogt de symboliek,” antwoord ik. “Wanneer zal het precies geschilderd zijn? Vlak voor de hongerwinter? Het doek is van een Nederlandse schilder, volgens mij zelfs gevestigd in Amsterdam. Om hem heen galmde de oorlog, het leven was één en al doffe ellende. Hij onttrok zich daarvan, misschien juist wel door te schilderen. De bloemen die hij schilderde hebben waarschijnlijk nooit in een vaas voor hem op tafel gestaan. Oranje lelies, goudsbloem, vingerhoedskruid, paarse seringen, lupines, om er een paar te noemen. Misschien schilderde hij ze vanuit zijn herinneringen, of vanuit zijn fantasie, of vanaf een plaatje.”
“Hm,” zegt mijn docent wederom. “Ze hebben de schilderijen van Hitler geveild, las ik.”
“Ja,” zeg ik. “Dat las ik ook. 106.000 euro. Ze hadden hem gewoon moeten aannemen op de kunstacademie van Wenen. Stel je voor dat… Wie weet…” Mijn docent stemt in.
“Dus dat schilderij moest ik eerst even in veiligheid brengen voordat ik deze kant op kon. Dat begrijp je natuurlijk.”
“Ha,” roept hij uit, terwijl hij mij een beetje verbluft aanstaart.
“Geef toe,” zeg ik giechelend. “Hij was beter dan dat de brug open stond.”
We verdiepen ons in de juridische problemen omtrent duurzaam bouwen, het thema van mijn scriptie.

“De Ferdinand Bol staat op instorten he?” zegt hij ineens in een onbewaakt ogenblik.
“Huh?” zeg ik iets verdaasd.
“Ja,” zegt hij. “Dat hoorde ik vanochtend van een van de secretaresses.”
“Wattttt???” roep ik uit. “Ben ik he-le-maal met gevaar voor eigen leven hier naar toe gekomen? Ik ben zojuist nog door de Ferdinand Bol gefietst.”
“Kijk,” roept hij met pretoogjes. “Als je dat meteen had gezegd, dan was je wel direct verschoonbaar geweest.”
Ik schiet in de lach.
“Tja,” zeg ik.

We gaan verder waar we gebleven waren.
“Weet je wat jij moet doen,” zegt mijn docent uiteindelijk concluderend. “Gewoon blijven doorschrijven, zowel je boeken, als je scriptie.” Hij geeft mij nog wat tips ter juridische verbetering mee. Met een grote glimlach loop ik de UvA uit. Terwijl ik nadenk of en hoe ik het schilderij zal laten restaureren continueer ik de jacht op een nieuwe woonruimte voor mijn guppies.

Mobiel tv kijken

Mobiel tv kijken

Onbeschoft wijst een jongen naar een tas. Verstoord kijk ik op van het Hyvesblogslezen en volg het tafereeltje. De man aan wie de tas toebehoort, pakt deze van de stoel en neemt hem op zijn schoot. De jongen wurmt zich zonder een woord te zeggen tussen ons, stapt op mijn teen en gaat zitten.

“Is dat ook een Nokia,” vraagt hij plotsklaps aan de man naast mij. De man van de tas kijkt verstoord op van het scherm van zijn mobiele telefoon.
“Nee,” antwoordt hij beleefd. “Dat is een HTC.”
“Touch,” denk ik er bij.
“Met mobiel internet?” vraagt de jongen.
“Ja.”

De jongen duwt zijn mobiel in het gezicht van de man.
“Over een maand kan ik op mijn mobiel tv kijken,” zegt hij. “Gaat over een maand in. Zit ik in de trein, kan ik tv kijken.”
Een rilling trekt over mijn rug. TV kijken. In de trein. Overal tv kijken. De he-le dag door tv kijken.
“Kijk eens om je heen,” denk ik. “Kijk naar het landschap. Geniet van wat je ziet. En leer communiceren.” Ik betrap mijzelf erop dat ik ook al de hele rit naar mijn schermpje kijk. De moderne communicatiemiddelen maken ons anti-communicatief. Terwijl ik mobiel mijn blogje typ vraagt de conducteur een tweede keer om mijn kaartje.

Hera

Hera

“Neem een nieuwe hamster,” zegt mijn baas tegen mij.
“Nee,” snauw ik terug.
“Jawel,” zegt hij, “dat past bij je, en is goed voor je.”
“Nee.”

De dag erna.
“Heb je al een nieuwe hamster?”
“Nee.”
“Mijn vader zei altijd dat je een nieuw huisdier moest nemen als het oude huisdier overlijdt.” Met grote ogen van ontzetting kijk ik hem aan. Alsof huisdieren onderling uitwisselbaar zijn.
“Ongetwijfeld was je vader een wijs man, maar hier had hij het toch fout.”
“Je moet een nieuwe nemen.”
“Nee.” Mijn stem brak. “Echt niet.”
Dezelfde avond vis ik een condoleancekaart van de dierenarts uit mijn brievenbus. Tranen. Alweer.

Toch merkte ik dat ik twee dagen later en na het heb-je-al-een-nieuwe-nee-ritueel de sites van de asiels in Amsterdam en omstreken aan het bekijken was. Misschien een ander huisdier. Ik mis niet alleen Qwerty, maar ook het zorgen voor. Fretjes? Vroeger had ik twee fretjes, Rommel en Poembaa. Ik nam ze overal onder mijn jas mee naar toe. Nou ja, bijna overal dan. Naar school, naar de duinen. En gewoon los. Ze waren erg bijzonder. Zo bijzonder dat ik nooit meer fretten heb genomen na hun overlijden. Mijn ouders wel. Lief, zijn die. Zaterdag was ik op bezoek bij een asiel in Zaltbommel. Het klikte niet tussen mij en de asielfretten. Ook merkte ik dat ik nog steeds niet toe ben aan nieuwe.

De dag ervoor kocht ik wat frettenspulletjes. Speeltjes, etc. Gewoon een paar dingetjes, om de asielkindjes te verwelkomen, mocht het klikken. En een carrier.

Twee gitzwarte oogjes volgen mij de winkel door.
“Hallo,” zei ik uiteindelijk tegen het diertje. We kijken elkaar aan. Ren, ren, ren daarna, in het radje. Nadat ik betaald had keek ik nog een keer. “Dag,” zei ik.

De dag en week overdenkend in de trein terug doemen in mijn gedachten ineens de zwarte oogjes op. Ik kijk naar de lege carrier. Ik bel met de dierenwinkel en vraag of die ene in dat hok rechtsonder er nog is. “Gereserveerd,” is het antwoord. Vlak voor sluitingstijd haal ik haar op. Ik richt haar hok in en haast mij naar de nieuwjaarsbijeenkomst van D66.
Hera. Een jong wit dwerghamster vrouwtjemannetje vrouwtje. Vandaag hebben we elkaar wat beter leren kennen. ZIJ Hij Zij is echt totaal niet bang voor mij en erg actief. Wel moeten we allebei nog aan elkaar wennen. Maar de klik is er.