Category Archives: Overpeinzing

Dodenherdenking

Dodenherdenking

Zojuist heb ik mijn liggend boeketje in elkaar gezet. Zoals elk jaar ga ik ook vanavond naar de Dodenherdenking. Voor mij is er altijd nogal wat om bij stil te staan. Mijn ouders, geboren in ’33 en ’38 hebben immers de oorlog zelf meegemaakt. En dat heeft toch altijd invloed gehad op mijn opvoeding en op wie ik ben. Zo heeft onze familie altijd blikjes in de voorraadkast. Een gewoonte, die ook op mij is overgewaaid.

Mijn ouders vertellen slechts sporadisch over dit stukje verschrikkelijke geschiedenis. Maar wat ze dan vertellen is altijd indringend. Zo vertelde mijn vader een keer, hoe hij als klein jochie zag dat de onderburen met dezelfde achternaam – als wij – werden opgepakt en weggevoerd. Om nooit meer terug te keren. Mijn oma was gescheiden en leefde onder haar eigen naam. Een achternaam die blijkbaar niet op de zwarte lijst van de nazi’s stond.

Mijn moeder vertelde eens dat zij zich nog kon herinneren dat opa weer thuis kwam. Hij had sinds 1942 in verschillende kampen gezeten. Nadat hij bevrijd was, moest hij aansterken voordat hij weer naar huis mocht. Hij woog 42 kilo bij thuiskomst.

Maar niet alleen voor mij, als zijnde eerste generatie na de oorlog, zijn de sporen nog altijd merkbaar. Een vriend van mij had een ‘foute opa’ en zijn moeder – een kind tijdens de oorlog – is daarom jaren en jaren, tot soms zelfs nog op de dag van vandaag, met de nek aangekeken.

En dan verder vandaag. Hoeveel oorlogen en ‘vredesmissies’ zijn er nu nog tegelijkertijd gaande? Meer dan ooit in de geschiedenis. En het is ronduit schandalig hoe murw we bijna lijken te zijn geworden voor populistische woorden die hele bevolkingsgroepen in één klap wegzetten. En hoeveel mensen moeten vandaag de dag nog vrezen voor hun leven, enkel vanwege hun mening of idealen? Of nog simpeler: om te kunnen houden van de persoon die ze liefhebben.

De mooiste en kleurrijkste plek voor mij om te herdenken, is daarom bij het homomonument. Een plekje dat pas sinds 1987 bestaat. Hoelang heeft het niet geduurd voordat officieel erkend werd dat er meer dan een handje vol LGBTQ’s  tijdens de oorlog vermoord waren? Te lang. Het is een plekje dat voor mij het verleden verbindt met het heden, omdat daar ook altijd bij beide zaken wordt stilgestaan. Het is een plekje waar je anders mag zijn: jezelf. Een plekje waar ik ook in gedachten bij mijn vrienden in Oeganda en andere plekken ter wereld kan zijn. Vrienden en kennissen die elke dag worden gestigmatiseerd, bedreigd en vervolgd. Opdat er ook voor hen ooit acceptatie, warmte en vrede zal zijn. Dat bijzondere goed, dat ik wel al mijn hele leven ken.

 

 

Westerbork

Westerbork

Westerbork betekende voor 102.000 mensen het laatste stukje Nederland dat ze zouden zien.

Vandaag ben ik naar het Herinneringscentrum van Kamp Westerbork geweest en heb ik over het terrein gewandeld.
Het heeft een diepe indruk op mij gemaakt. Briefkaarten, die verzonden waren vanaf het kamp, hingen uitvergroot op het terrein. Met daarop handgeschreven teksten aan geliefden, geschreven door mensen vlak voordat ze op de trein werden gezet naar de vernietigingskampen. Wat was dat voor wreeds? Wie deelden de kaartjes en pennen uit en verzamelden de teksten? Waren dat dezelfde persoon als die de wagons dichtmaakten? Een aangifte, opgetekend door de lokale politie met teksten als: ‘Ik ben joods, en word tegen mijn zin op kamp Westerbork vastgehouden. Tijdens de tocht er naar toe ben ik mijn identiteitspapieren kwijtgeraakt. Daarom heb ik ze niet bij mij.’ Een A4-tje met daarop een omschrijving van wat mensen mochten meenemen wanneer ze opgeroepen waren en naar het kamp moesten. Van vier mantelpakjes, schoon ondergoed tot de behaalde diploma’s.

Misschien komt het omdat mijn ouders zelf de oorlog hebben meegemaakt, of omdat mijn opa een lange trits aan kampen overleefd heeft, of gewoon omdat het zó tegen alles indruist wat maar menselijk is of waarin ik geloof. Veel dingen schoten door mijn hoofd, niet alleen over vroeger, maar ook Srebrenica, Homs tot dat achterlijke Polenmeldpunt. Over hoe we dingen kunnen zien en beleven, maar toch niets kunnen of willen doen.

 

Rommeltje

Rommeltje

Mijn kleine aapje. Mijn steun en toeverlaat in woelige tijden. Ik vond je in een winkel in 1995, toen ik net op mijzelf was gaan wonen. Weet je nog, dat vond ik niet altijd even makkelijk. Mijn vuur en warmte. Overal waar ik naar toe ging, mocht jij mee. In mijn jas. Naar school. Naar avondschool. Naar de supermarkt. Waar ik ook heen ging, huppelde je altijd achter mij aan. Los, zonder tuigje. In de duinen. Bij het meer. Zelfs door de Zwitserse bergen. En als ik ontwaakte, lag jij altijd ergens wel tegen mij aan. We kletsten veel. Elke nacht beloofde ik je de volgende dag te worden, van wie ik droomde dat ik was en wilde zijn.

Je sterfdag, was 15 februari jl alweer tien jaar geleden. Je was op en samen wisten we dat het afscheid daar was. Het was zakelijk, maar liefdevol en teder. Je stierf met een dikke staart – wat bij fretten een uiting van blijdschap is- in mijn armen. Tot het allerlaatste moment hadden we van elkaar genoten. Maar daarna volgde de meesleep van het verliezen van.

Lieve Rommel, soms sterft iets uit je leven, huil je, zet je een streep eronder en is het klaar. En soms, heel soms, soms sterft iets en zet je er een streep onder. Maar blijft het. En blijft het. En blijft. Het. Dat verdriet. En die tranen.
Je evalueert, kijkt terug en probeert te genieten van alle schoonheid die jullie samen beleefden. Maar de herinneringen spelen zich ineens af in A-minor in plaats van het major waarin ze plaatsvonden. Je duikt de kroeg in, drinkt er één op, twee, drie, zes. Je staat op met een kater en gaat verder. Maar die kater van pijn die blijft. Die blijft. Die blijft. En toch ga je verder. Maar het blijft.

Uitendelijk lukte het mij, na jaren,  terug te schakelen naar A-flat als ik aan je dacht. En daarna zelfs om terug te kijken met dezelfde gelukkig gevoelens als toen wij samen – ook met Poembaa er bij – op avontuur waren. Ondanks de holte in mijn hartje. Ondanks dat de mogelijkheid het opnieuw te beleven in de huidige realiteit weg was. Weggegaan en weggebleven. Wegverbannen. Alles ging verder, maar dan met net iets-je minder glans. Iets-je min-der. Ietsje zachter. Ietsje verder. Tot ik weer twee andere fretten ging liefhebben, Biggles en Carmen. Een andere liefde, een andere band, dat wel. Maar ook heel mooi, vol gevoel en liefde.

Afgelopen woensdag stond ik, op mijn paarsgelakte laarsjes, even stil in mijn herinneringen. Zachtjes fluisterde ik tegen jou, via de wind, als eerbetoon, als triomf: ik ben geworden, wie ik ben en wilde zijn.

In memoriam, mijn lieve Koning Rommel. Ouwe generaal.

 

 

Secularisme net zo gevaarlijk als terrorisme of religieus extremisme?

Secularisme net zo gevaarlijk als terrorisme of religieus extremisme?

Het was kort na 911 dat ik in een taxi stapte. Mijn taxichauffeur was een Marokkaan, zo vernam ik, nadat ik hem enkele vragen had gesteld. En Islamitisch. Ik vroeg hem of hij ook slachtoffer was geworden van de aanslagen op de Twin Towers. Vlak daarvoor had ik een huilend vriendinnetje aan de lijn gehad: midden op straat in Amsterdam was haar hoofddoek van haar hoofd getrokken. De actie werd vergezeld van racistische woorden.

De taxichauffeur knikte beamend. Ook hij werd plotsklaps anders bejegend en voelde zich daaronder ongemakkelijk. Ja, toentertijd heeft het mij intens verbaasd te moeten constateren, dat het zo eenvoudig was in een paar stappen een groep te creëren en daar volkswoede tegen te genereren. Och och en terugkijkend, hoe zeer is onze maatschappij toch sindsdien veranderd.
“Het zijn niet de Islamieten waar we bang voor moeten zijn,” zei hij toen met verve. “En het zijn niet de Christenen. Wij allen geloven in god, in een god, dezelfde god. Alleen noemen we hem anders.”
“Voor wie moeten we dan bang zijn?” vroeg ik.
“Voor de niet gelovigen,” zei hij verbeten.

Mijn mond zakte open van verbazing.
“Ja?” vroeg ik.
“Ja,” antwoordde hij. “Zij kennen geen hiërarchie. Ze luisteren niet naar god, ze luisteren niet naar geestelijken, ze luisteren naar niemand. Zij ondermijnen de maatschappij, omdat niemand hen vertelt wat goed of slecht is.”
Via de achteruitkijkspiegel keek ik hem indringend aan, met mijn grote blauwe, onschuldige en nadenkende ogen. Mijn blonde haar wapperde op door de windvlaaag die door het openstaande raam naar binnen kwam. Hij glimlachte vriendelijk.

“Dus ik ben een groot gevaar voor jou en volgens jou?” vroeg ik.
Ik vond het erg grappig. Juist het hiërarchische aspect van geloven, en het feit dat spreken met ‘god’ via een ‘geleerde’ moet gaan (iman, priester), heeft mij van religie nog altijd het meest afgestoten. Het ont-stimuleert vrij denken, maakt mensen volgzaam en vattelijk voor subjectiviteit en de machtshonger van een enkeling. De rest van de rit sprak de taxichauffeur niet meer tegen mij.

Zou Andre Rouvoet ooit met mij van gedachten willen wisselen, of is hij minstens net zo bang voor mij als die taxichauffeur? Als hij secularisatie (ontkerkelijking) al als bedreigend kan achten, wat zegt dat over zijn visie op niet-gelovigen? En dat is onze vice-premier?

Koopje: regenwoud

Koopje: regenwoud

Een groot gevoel van onmacht bleef bij mij achter na het lezen van het volgende bericht.

In Kameroen gaat 830.000 hectare tegen de vlakte als niet binnen een maand een bedrag van 10 miljoen euro wordt opgehoest. Dat is dus ongeveer 8300 km2; ter vergelijking een oppervlakte van ongeveer de provincie Noord-Holland, Zuid-Holland en Flevoland bij elkaar! Het stuk regenwoud herbergt ongeveer 2000 gorilla’s, mandrillen, chimpanchees, olifanten, ontelbare soorten vogels, insecten en heeft natuurlijke ontschattelijke waarde op het gebied van CO2 beheer en luchtzuivering. Om maar te zwijgen over de beschermende werking tegen ziektes: een lokale gids, minder dan half zo groot als ik, legde mij ooit uit tijdens een eco-wandeling door beschermd regenwoud in de Filipijnen dat malaria alleen voorkomt in door mens aangetaste gebieden.

Ja, het wordt 10 miljoen betalen, of met een plan komen dat die 10 miljoen overtreft, of anders wordt het voor tien miljoen in vier stukken aan de houtkap verkocht. In Amsterdam Osdorp kost overigens een lege bouwkavel van 500m2, zonder gorilla’s, e 398.000,=.

Een kleine maand eerder las ik een soortgelijk bericht: ontbossing voor Aziatische papierindustrie bedreigt orang oetans. Daar was toestemming verleend een stuk regenwoud, ter grootte van ongeveer de waddenzee te kappen. Het gebied grenst aan een woongebied van de bijzondere en zeer bedreigde apen. In dezelfde maand heb ik een petitie ondertekend die oproep houtkap (in Zuid Amerika deze keer) tegen te gaan, ontbossing voor soya plantages, bedoeld voor veevoer.

Ik wil mij door dit soort berichtgeving niet laten frustreren, maar wel activeren. Deze kap heeft namelijk niets met economische welvaart of essentiële ontwikkeling van een maatschappij te maken. Het is een verarming voor het land, voor mijn generatie, en de generaties die na ons komen. Deze conclusie moeten anderen toch ook zien?

Het doet mij denken aan een polygoonfilmpje, je weet wel, zo een zwart-wit Nederlands propagandafilmpje met een voiceover die veur en heur zegt. In dat filmpje werd met trots verteld hoe een stuk ‘wildernis’ in NL met de grond gelijk werd gemaakt ten behoeve van woningbouw. Een boodschap die veertig jaar later, nu dus, echt niet meer kan.

Problematisch is dat er geen veertig jaar meer is, om dergelijke omslag in denken in ontwikkelingslanden te bewerkstelligen, noch bij ons ontwikkelde landen, waar onze opiniemakers, mediagroepen zoals PCM en de Telegraaf media groep hun artikelen blijven drukken op krantenpapier, dat voor 90 procent uit nieuwe houtvezels bestaat uit de laatste oerbossen van Canada. Ja, van deze opiniemakers moeten we het vooral niet hebben. *zucht*

Anyway, ik ga maar eens kijken welke Westerse regeringen traditioneel vanuit de kolonalisatie de sterkste banden met Kameroen hebben, en deze een briefje sturen, met daarin het verzoek hun macht aan te wenden de Kamaroense regering op andere gedachten te helpen. Het is een misselijkmakend chantagemiddel van de overheid van Kameroen, maar wat is in godsnaam nou 10 miljoen euro? Ik vrees dat tegen de tijd mijn brief gelezen is, de contracten met de houtmaffia al gesloten zijn.

Duurzaam bouwen

Duurzaam bouwen

Gisteren was ik naar de verkoopmanifestatie van vrije verkaveling in Almere. Samen met goede vriend en fotograaf N., die tevens gebouwen fotografeert, ging ik op stap. Mijn scriptie gaat immers over de juridische grenzen ten aanzien van duurzaam bouwen, dus een dagje praktijk was mij welkom. Mijn speciale interesse ging uit naar de 12 kavels die beschikbaar waren gesteld voor duurzaam bouwen-projecten.

We waren te vroeg uitgestapt en kwamen als eerste aan bij een promotiebus, ingericht voor de verkoop van reeds geplande en ontworpen huizen. Ik vroeg een van de aanwezige standhouders, een makelaar, in hoeverre aan duurzaamheid vorm was gegeven bij het bouwproject dat ze probeerde te slijten.
“Niet,” antwoordde de vrouw.
“Dus u bouwt lekker conventioneel?” vroeg ik een tikkeltje obstinaat. De vrouw dacht na terwijl je alarmbelletjes in haar hoofd zag afgaan.
“In het midden komt een biologische zwemvijver,” zei ze uiteindelijk. “Met aan de weerszijden allemaal waterplanten die het water zuiveren, en waar allemaal dieren kunnen wonen. Maar echt duurzaam zoals zonnepanelen, nee.”
“Oh,” zei ik, terwijl ik besluit niet in te gaan op haar fragmentarische en minimalistische kijk op duurzaamheid (‘zonnepanelen’). Prachtige jeugd-vakantieherinneringen doemden op.
“Lekker zwemmen tussen de ringslangen?” Met afschuw werd ik aangestaard.
Uiteindelijk legde ik uit dat ik voor mijn scriptie informatie zoek over duurzaam bouwen en vroeg haar of ze mij de juiste richting op kan wijzen. Letterlijk, want inhoudelijk had ik werkelijk niets bij haar te zoeken.
“Kom je hier alleen voor je scriptie of ben je ook van plan iets te kopen?” vroeg ze laatdunkend.
“Neeeeeeee,” riep ik uit. “Wonen in Almere, verschrikkelijk, ik moet er niet aan denken.”
1-1.

De schaapachtige blik in de ogen van de meeste architecten als ik over duurzaamheid begin is treffend. En al helemaal als ik over het juridische spanningsveld begin. Daar hebben ze nog nooit van gehoord, noch over nagedacht. Nou ja, ieder zijn vakgebied, zullen we maar zeggen. Een van de 12 kavels bestemd voor duurzaamheid is al vergeven door een prijsvraag. De woning is zelfvoorzienend, een prachtig ontwerp. Van het woord autarkisch willen ze echter niets horen.

“Je moet het aan de gemeente vragen hoe ze het willen gaan doen,” zegt een van de architecten. “Volgens mij moeten we speciale ontheffing krijgen van VROM, maar de vergunningen zijn nog niet rond, en we hebben nog niets zwart-wit op papier.”
Ik vraag verder: het hele te verkavelen gebied word aangesloten op stadsverwarming. Dit betekent dat alle twaalf kavels moeten kiezen voor geen aansluiting, of voor een gezamelijke aansluiting. Er geldt namelijk een wettelijke aansluitingsplicht op het energienetwerk, riolering etcetera. Tja, dat heb je toch helemaal niet nodig, als je een beetje goed nadenkt… Maar het is of een gezamenlijke ontheffing, of geen.

Ik kom een ambtenaar van de gemeente Almere tegen: gelukkig begrijpt hij eindelijk wat ik bedoel met juridisch spanningsveld. Het Bouwbesluit, dat de technische eisen beschrijft waaraan een huis moet voldoen, is als het ware een klein doosje waar binnen gebouwd moet worden. De muren een beetje oprekken, ontheffingen etc, dat zijn mogelijkheden, wil je echt duurzaam bouwen (en van bijv. de verplichte ruimte voor de meterkast of de verplichte betonnen vloer/fundering willen ontkomen). Hij geeft mij de naam van de specialist binnen Almere, morgen zal ik hem bellen. Ik ben heel benieuwd.

Uiteindelijk stuit ik op twee architecten die mij gelukkig helemaal begrijpen, en langzaam komt hun frustratie boven. Materiaalgebruik dat niet is toegestaan (bijv. wanden van gerecycled glas), financiering die niet rond komt (duurzaam bouwen is vaak duurder), garanties die niet afgegeven willen worden en zo nog veel meer.
Uiteindelijk zegt een van de architecten:
“Een huis zou zo gebouwd en ingericht moeten zijn, dat elke keuze die je maakt, duurzaam is. Duurzaamheid moet zo gefaciliteerd zijn, dat je niet meer na hoeft te denken over je keuze.”

Hear hear! Kan deze filosofie niet worden geextrapoleerd naar in alles wat je doet? Zou zo een maatschappij niet moeten ingericht zijn? Of zoals een reclame poster zei, die ik tegenkwam tijdens een van mijn lange fietstochten:
Bestaat er dan zoiets als maatschappelijk ONverantwoord ondernemen – waar zijn we eigenlijk mee bezig?
We maakten een rondje over het terrein, schoten wat plaatjes en keken naar de oer-conventionele voorbeeldhuisjes, die reeds ter inspiratie voor de zelfbouwer waren neergezet.

Wilt u er een plastic tasje bij?

Wilt u er een plastic tasje bij?

Een dametje, stram en gekromd door de ouderdom staat voor mij in de rij bij de groenteboer. Met trillende handen grabbelt zij in haar tas, net zo lang totdat haar handen omklemmen wat ze zoekt.
“Wilt u er een plastic tasje bij?” vraagt de verkoper, terwijl hij het groente en fruit aanslaat op de kassa.
“Nee,” grauwt ze, terwijl ze een linnen tasje op de toonbank zwiept.
“Goed zo mevrouw,” zeg ik bemoedigend. “Zo hoort het.”
“Ik heb verschrikkelijk nieuws gehoord,” brult ze luidkeels.
“Bedoelt u de klimaatverandering?” vraag ik.
“Nee,” antwoordt ze. Langzaam draait zij zich naar mij toe en heft zij haar gezicht omhoog, net zo lang totdat ze mij recht aankijkt.
“Plastic,” zegt ze, na een korte adempauze te hebben genomen.
“Plastic, plastic in de oceanen.”
“Ja,” zucht ik. “Het is verschrikkelijk.

Het is alweer een paar jaar geleden, dat ik over het drijvende eiland las. Ik was bij een VN-conferentie over duurzame ontwikkelingen in Johannesburg. Ik dwaalde door een doolhof opgebouwd uit verroeste koelkasten, rubberen banden, blikjes en lekkende olievaten. Een sample van het afval, verzameld op Antartica, was overgebracht naar Joburg voor een bewustwordingscampagne. Verbetenheid, was wat ik toen voelde. Verbetenheid, om wat aan deze ellende te gaan doen en zo min mogelijk te participeren in dergelijk simplistisch weggooi wangedrag. In het doolhof las ik op een bordje over een eiland dat volledig bestond uit plastic. Het dreef in de Stille Oceaan, precies daar waar alle stromingen samenkwamen. Een paar dagen geleden hoorde ik mijn vader er ook over.
“Ja,” zo groot als Engeland, zei ik toen, mij de tekst op het bordje herinnerend.
“Nee,” viel hij mij in de rede. “Zo groot als de Verenigde Staten.”
Het blijkt nog erger te zijn: de huidige omvang heeft reeds twee keer het oppervlakte van de VS bereikt.

Het intermezzo met de dame in de groenteboer deed mij piekeren. Lang heb ik de generaties voor mij de degradatie van het milieu verweten. Op wat voor stervende aarde was ik eigenlijk neergezet? Wat werd mij achter gelaten? En waarom werd er niets aan gedaan, terwijl de signalen zo duidelijk waren?

Bij het zien van die dame realiseerde ik mij, dat haar ecologische voetprint niet de oorzaak is. Het is namelijk mijn generatie die er de versnelling op heeft gezet. De levensstijl van Louis XIV is voor een ieder de norm geworden. ‘Och, lekker warm,’ is het excuus en ‘het zal allemaal wel loslopen’ de verblinding.

Ja, het recht op consumeren is een massagewoonte, waarvan de verworvenheid met hand en tand door de politiek en industrie verdedigd wordt. Een voorbeeld: mijn scriptie gaat over duurzaam bouwen: één van mijn conclusies is dat de overheid niet verder gaat dan het relatief vrijblijvend opleggen van wat energiebesparende maatregelen. En dat als je je als burger los wil maken van het energienetwerk, de locale overheid staat te springen om je tegen te werken.

En dan het volk, dat maar dolgelukkig blijft hobbelen achter idioten zoals Wilders, die de moordende sneltrein van ecologische armoede blijft wegzetten als ‘klimaathysterie’. Consumeren, consumeren, en nog meer consumeren. En het liefst op een conventionele en destructieve wijze. Dat is namelijk goed voor de economie, die ook al als een opgeklopte pudding in elkaar is gezakt. Wie zwicht er niet tegenwoordig voor lekker een weekendje shoppen in Barca? Wat maakt het uit, dat je truitje door kinderhandjes in China zijn gemaakt? Zo lang jij het maar aan kan en complimentjes krijgt van de omgeving, hoe goed je er uit ziet.

Ja, soms zijn er momenten dat ik als optimist en ‘denker-in-oplossingen’ het ook allemaal niet meer weet en er moedeloos van word. En wat kan je eigenlijk als individu? Als zelfs het sojagebruik leidt tot massale ontbossing? Of als het toch milieuvriendelijker blijkt te zijn een plastic bekertje te gebruiken, in plaats van die aardewerken mok? Gelukkig zijn er dan op deze momenten anderen, die zich over dit probleem hebben gebogen, en kleine initiatieven en overwinningen die inspireren.

“Ik heb er ook eentje,” zeg ik tegen de oude dame, terwijl ik uit mijn tas mijn preventie-tegen-plastic-tasjes-tasje vis, die ik van een vriendinnetje cadeau heb gekregen. Deze groenteboer vroeg het tenminste nog netjes, of ik mee wilde doen aan het uit luiheid ophogen van de afvalberg. Meestal krijg je je aankopen voor je het weet in een plastic zak in je handen geduwd. Ja, je moet vaak snel zijn, wil het preventieve tasje het nog kunnen winnen. De mevrouw schenkt mij een stralende glimlach en loopt met haar trage tempo de winkel uit.

Dodenherdenking bij het homomonument

Dodenherdenking bij het homomonument

Vanavond herdacht ik de gesneuvelden tijdens de Tweede Wereldoorlog bij het Homomonument in Amsterdam. Vroeger ging ik altijd naar de Dam, maar sinds een vriendinnetje mij meevroeg, ga ik altijd naar het Homomonument. De herdenking heeft daar zoveel meer meerwaarde. Niet alleen omdat het monument zelf een kroon is op een strijd voor jarenlange erkenning (het officiële standpunt van de Nederlandse regering was tot diep in de jaren ’80 dat er slechts zes (ofzo) Nederlandse homo’s in WO II waren omgekomen, dus geen apart monument ‘nodig hadden’), maar ook omdat de herinnering altijd actueler is.

Uiteraard wordt stilgestaan bij hen die vielen, maar daarnaast worden AIDS-slachtoffers gememoreerd en hoe verdrietig het ook is, ook stilgestaan bij recente slachtoffers van homo-haat en discriminatie. Elk jaar zijn er weer nieuwe namen. Wanneer houdt dat toch eens op?

Het thema van dit jaar was ‘vrouwen’. Voor de mensen die mij goed kennen, een onderwerp dus naar mijn hart. De sprekers waren dit jaar allemaal vrouw. De speech van Carolien Gehrels, namens de Gemeente Amsterdam, die tevens de openingsspeech was, heeft mij het diepst geraakt. Tot tranen geroerd was ik, toen zij vertelde over het recht om homo te zijn, de acceptatie in Nederland, maar hoe moeilijk en onzeker het kan zijn, omdat niet iedereen dit recht respecteert of accepteert. Het was zo treffend en kwam recht uit haar hart, zonder te dwepen met emoties. Mocht ik mijn hand er op kunnen leggen, dan zal ik het hier integraal publiceren.

Samen met PH, gemeenteraadslid, heb ik namens D66 Amsterdam een krans mogen leggen. Ik vond het een hele grote eer.

Er waait een nieuwe wind door de VN

Er waait een nieuwe wind door de VN

Gisteren ontving ik van International Women’s Health Coalition een prachtig persbericht in mijn inbox (zie tekst beneden). Amerika heeft zich ein-de-lijk in de VN weer uitgesproken voor seksuele en reproductieve gezondheidszorg en rechten.

Al in 2002, tijdens de World Summit on Sustainable Deveopment – een VN bijeenkomst over duurzame ontwikkelingen- was ik in Johannesburg getuige van de oerconservatieve koers die Amerika onder Bush was gaan varen. De ultra-christelijke lobby deelde de wereld een paar gevoelige tikken uit. In een klap zorgde Amerika er voor met een paar politieke spelletjes, dat het verdrag van Rio (ten aanzien van biodiversiteit) met twintig jaar werd teruggezet in de tijd, terwijl het maar tien jaar oud was. De internationale gemeenschap bleef in diepe shock achter. Deze conferentie werd het startsein van internationaal conservatisme.

Op het gebied van seksuele en reproductieve gezondheid en rechten, het vakgebied waarin ik mij later internationaal specialiseerde, was Amerika al helemaal fanatiek. Er mocht alleen nog maar gepraat worden over abstinence, be faithful en condom use only for high risk groups. Onderwerpen als toegang tot veilige abortus, veelomvattende seksuele voorlichting en zelfs de C in het ABC-verhaal verdween van de agenda.  En met het stopzetten van de bijbehorende financiering verstomde het debat. Het waren moeizame maar mooie tijden voor een lobbyist als ik, strijdend voor deze mensenrechten.

Nu, met Obama aan het roer spreekt Amerika zich weer uit op het gebied van seksualiteit in de context van mensenrechten. Het lag in de lijn der verwachting, maar wat een overwinning, wat een feest !

Today, at the United Nations the United States expressed its renewed and deep commitment to the goals and aspirations included in the International Conference on Population Program of Action and Development (ICPD) and the Key Actions of the Millennium Development Goals (MDGs).

“Ladies and Gentlemen, our common task this week is vital. Five years remain in both the ICPD and the MDG mandates. We can, this week, commit to stronger actions to reach our common goals. We must do much more to provide comprehensive, accurate information and education on sexuality, sexual and reproductive health for women, men, girls, and boys as they age and their needs evolve. We must, as well, foster equal partnerships and sharing of responsibilities in all areas of family life, including in sexual and reproductive life, and promote frank discourse on sexuality, including in relation to sexual health and reproduction. We must also acknowledge the direct link between population rates, fertility, and the ability to reach development outcomes

“We need to prioritize comprehensive sexual and reproductive health services, as defined in the Programme of Action and the Key Actions for its further implementation, in our work to strengthen health systems. The cluster of services agreed in the Program of Action is all essential to save women’s lives and protect their health as well as protect their reproductive rights.”

World governments meet this week to consider and come to agreement on committing the resources and political will to protect and promote health and rights in the remaining five years of the ICPD. The United States statement today is part of the Obama Administration’s commitment to work with other nations to both promote its security interests and meet the global challenges of the 21st century.

“It is our hope that the courage of the United States on behalf of the rights and health of the world’s women will influence our governments to act equally strongly,” said Nirvana Gonzalez of the Latin American and Caribbean Women’s Health Network. “The position of the United States is a clear demonstration of the separation of church and state and for our region in particular, this is substantial in supporting the right of all of our people to exercise their citizenship. Now we wait to see their commitment translate into actions.”

Zou het volgend jaar misschien weer een beetje beter gaan?

Zou het volgend jaar misschien weer een beetje beter gaan?

Vroeger, als kind, fietste ik vaak met mijn vader en mijn schepnetje naar de polder. We gingen watervlooien vangen voor mijn zonnebaarzen en modderkruipers in onze vijver. Ik woonde in een klein dorpje en de natuur was echt overal om de hoek.

Mijn vader vertelde mij vaak op onze tochtjes over de wereld zoals hij die als kind beleefd had. Als pap vertelde dan luisterde ik ademloos. Soms vertelde hij over de oorlog, die hij als kind had meegemaakt. Maar vaak vertelde hij over hoe het landschap er uitzag toen hij even oud was als ik.

We staarden samen dan in de sloot, terwijl hij ondertussen mij de namen van de planten en insecten gaf. Van de vissen. En vertelde dan altijd over wat er niet meer was. Over hordes stekelbaarsjes bijvoorbeeld. Over de gewone watersalamander. Soms keek ik in het water en verbaasde ik mij over de leegte, ookal krioelde het er voor mij van het leven. Ik kende het niet anders, zo als ik het zag, zo hoorde het toch te zijn? Dan vroeg ik mij soms af, hoe de wereld er uit zo zien als ik kinderen zou hebben. In mijn gedachte streepte ik vaak nog wat dieren weg en stelde ik mij een nog grotere leegte voor.

Zo somber is het heden ten dagen in de slootjes niet. De waterkwaliteit is in zijn algemeenheid vooruit gegaan sinds mijn jeugd. Het oeverbeleid is op veel plaatsen gunstig gewijzigd. Maar toch gaat het niet goed met de natuur om ons heen. Is het iemand opgevallen dat er dit jaar nauwelijks vlinders zijn? En we overspoeld worden met exoten. Oranje lieveheersbeestjes, Amerikaanse rivierkreeften, grotere scheermesjes, grotere hooiwagens en andere berenklauwen. Onze natuur verandert drastisch, op een andere manier dan dat ik mij ooit als kind had kunnen voorstellen en het tempo waarmee het gaat is ongelooflijk snel.

Eigenlijk wilde ik dit jaar met de trein naar Frankrijk, maar gezien het enorme prijskaartje zwichtte ik toch voor de discounter vlucht naar Spanje. Wat ik aantrof was een verpeste kust, waar de commercie vooral bepaalde hoe je je moest gedragen op vakantie. En rust, harmonie en stilte waren daar niet bij. Doorfeesten, geld uitgeven, zoveel mogelijk winst moet er namelijk gemaakt worden in de zelfs in het hoogseizoen half leegstaande hotels. Het was een aaneenschakeling van lichtvervuiling en geluidsoverlast. Zelfs de muggen waren in sommige steden op mysterieuze wijze verdwenen na het effectief implementeren van ‘hygienische maatregelen’.

Toen ik als kind naar Spanje afreisde was de verwoestijnisering van het binnenland al merkbaar. De rivieren stonden ongekend lang droog. Het Spaanse landschap was leeggekapt en dor. En in Portugal regende het daardoor daar stukken minder.

Maar op deze vakantie zag ik pas tijdens het snorkelen wat ik de hele tijd om mij heen onaangenaam voelde – die loeiende oven om mij heen. Ik zag geen enkele zeeegel, zeeoren, zeekomkommers, krabben en nauwelijks meer zeegras, en zeer slecht stoffig zicht. Een paar visjes, van erg klein formaat. De Middellandse Zee is te warm, te geplunderd en op veel plaatsen ook een woestijn geworden.

Deze conclusie stemde mij droevig en wekte in mij een groot gevoel van onmacht op. Ik belde pap en hoorde ook zijn ontsteltenis toen ik hem door mijn ogen lietkijken. Ok, die discounter had ik kunnen laten voor wat het is, maar ik scheid mijn papier, mijn glas, eet en leef zo vaak en goed mogelijk biologisch, eet geen tonijn, paling of andere lekkernijen, rijd geen tot nauwlijks auto, mijn huis draait al jaren op groene stroom, maar het is allemaal niet voldoende. Soms lijkt het of de wereld om ons heen om grote oplossingen schreeuwt met een implementatietraject korter dan dat we ons laten inplannen (door wie eigenlijk?). En alles is zo passief. Maar waar is nu eigenlijk het begin?